SONNET SONNET - (from Dutch)
Pieter Corneliszoon Hooft tr. Cliff Crego
"Mijn lief, mijn lief, mijn lief...." zo sprak mijn lief mij toe,
dewijl mijn lippen op haar lieve lipjes weidden.
De woordjes alle drie wel klaar en wel bescheiden
vloeiden mijn oren in en roerden ('k weet niet hoe)

al mijn gedachten om, staag malend nimmer moe,
die 't oor mistrouwden en de woordjes wederleiden;
dies ik mijn vrouwe bad mij klaarder te verbreiden
haar onverwachte ren, en zij verhaalde het doe.

O rijkdom van mijn hart dat overliep van vreugden!
Bedoven viel mijn ziel in haar vol hart van deugden.

Maar toen de morgenster nam voor de dag haar wijk,
is, met de klare zon, de waarheid droef verrezen.

Hemelse Gon, hoe komt de Schijn zo na aan 't Wezen,
het leven droom en droom het leven zo gelijk?
"My love, my love, my love....." so spoke my love to me,
while my lips upon her loving lips did graze.
The little words all three most clear and and modest most
flowed into my ears and moved (I know not how)

all my thoughts, turning constantly without fatigue,
that the ear mistrusted and the words but did disprove;
that I my dear lady bid clearer to propagate
her unexpected reasons, and she storied the command.

O richness of my heart that overflowed with joy!
Muted fell my soul in her heart so full of virtues.

But when the morning star appeared before the day,
had, with the bright sun, the truth sadly risen.

Heavenly goddess, how comes illusion so close to being,
the life of dream and the dream of life so the same.

Transl. copyright © Cliff Crego 2004


next
index
translator's next